Gespreksgroep Orgaandonatie

Een gespreksavond over orgaandonatie

In het januarinummer 2017 van Ouderlingenblad schreef Theo Boer een opiniërend artikel over orgaandonatie. Bij dit artikel een opzet voor een gespreksavond.

Sinds het wetsvoorstel van D66 in het najaar 2016 staat het thema orgaandonatie hoog op de agenda. Het onderwerp houdt veel mensen bezig, ook in de gemeente. Wat is de huidige situatie, wat betekenen de mogelijke veranderingen voor mij en hoe verhoudt mijn standpunt met betrekking tot orgaandonatie zich tot mijn geloof? Reden genoeg om een gespreksgroep aan dit onderwerp te besteden.

Op internet en in andere media is meer literatuur te vinden. Onderstaande opzet is in een eigen kring gebruikt en daardoor ook beperkt en gekleurd. Ze is dat niet alleen vanwege de beperkte tijd die je hebt bij een kringavond (anderhalf uur) beperkt en gekleurd, maar ook omdat ze aansluit bij de deelnemers van deze gespreksgroep (leeftijd, achtergrond, onderling vertrouwen, kennisniveau en zo voort).

Onderstaande opzet is ter inspiratie. Natuurlijk past een ander het weer aan de eigen mogelijkheden en situatie aan.

Erica Hoebe- de Waard, Wageningen

Deze opzet is hier ook als PDF document te openen/downloaden.


Gegevens:

  • De opzet is gebruikt in een kringgesprek van ongeveer anderhalf uur
  • Op onze bijeenkomst waren 12 deelnemers. Een aantal van 15 deelnemers lijkt een maximum.
  • We zaten in een kring

Benodigdheden:

  • Filmpje Orgaandonatie, hoe gaat dat?’ Het filmpje is gemaakt voor het onderwijs en te downloaden via: http://www.donorwise.nl/modules/orgaandonatie-hoe-gaat-dat
  • Beamer voor vertoon filmpje
  • U kunt een informatiepaper maken met daarop de zeven vragen en antwoorden over orgaandonatie en een puntsgewijze samenvatting van de argumentatie van Theo Boer. Het paper wordt pas uitgedeeld waar dat aangegeven wordt in Fase 2.

Achtergrondinformatie:

  • Theo Boer, ‘Orgaandonatie. Geen plicht, maar denk er wel over na’, in Ouderlingenblad jrg 94, nr 1077 (januari 2017) blz. 10-13

 

Welkom

Ter inleiding

  • Aandacht voor orgaandonatie door wetsvoorstel D66 dat ieder donor is, tenzij…
  • Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat christenen opvallend minder vaak donor zijn dan niet-christenen.
  • Het thema leeft onder de Nederlandse bevolking: De campagne in de donorweek van oktober 2016 heeft bijna 50.000 registraties opgeleverd. Dat is veel meer dan de ongeveer 27.500 in de laatste twee jaren. Voor het eerst echter heeft de meerderheid van de mensen zich geregistreerd met een ‘Nee’.
    Van de bijna 31.844 nieuwe registraties waren er 17% ‘ja’ en 83% ‘Nee’. 17.536 mensen hebben hun registratie gewijzigd. Van hen wijzigden 37% hun keuze in ‘Ja’ en 63% in ‘Nee’.
    Voorgaande jaren lag de totale verhouding Ja – Nee op respectievelijk 86% tegen 14%. Dit jaar is dat beeld tegenovergesteld: In totaal zei 24% ‘Ja’ en 76% ‘Nee’. Niet alleen procentueel, ook in absolute aantallen is het aantal ‘Ja’ registraties lager: 11.925 dit jaar tegenover bijna 24.000 per donorweek in de voorgaande twee jaren. (bron: rijksoverheid)

Wat gaan we doen? 

  • Verkennen van het thema (Fase 1)
  • Verdiepen: het thema in relatie tot geloof (Fase 2)
  • In debat/gesprek over het thema (Fase 3)
  • Afsluiten

 

 Fase 1: Verkennen 

Even de kring rond
Wie heeft zich geregistreerd?
Als wat, als donor of juist niet? Wie weet het nog niet?

Orgaandonatie, hoe gaat dat?
Dit wordt helder uitgelegd in het filmpje ‘Orgaandonatie, hoe gaat dat?’ Het filmpje wordt vertoond. (Zie benodigdheden)

Wat weten we?
Vragen over orgaandonatie (bron: www.transplantatiestichting.nl); gespreksleider met de groep:

  1. Hoeveel procent van de Nederlanders heeft zich als donor of als niet-donor geregistreerd in het donorregister? 25, 40, 55 of 70%?In 2014 stond 40% van de Nederlanders geregistreerd. Noord-Brabanders zijn het meest bereid organen of weefsels af te staan na hun overlijden (27 procent). Zuid-Holland en Flevoland bungelen onderaan met 21%. Het percentage niet-geregistreerden is in deze provincies ook het hoogst. Van de Zuid-Hollanders heeft 63,6 procent niets aangegeven over wat er met zijn of haar organen moet gebeuren, voor Flevoland is dat 63,3 procent.
  2. Welke kans is groter, de kans dat je zelf ooit een orgaan nodig hebt, of de kans dat je een orgaan doneert?De kans is zelfs groter dat je zelf ooit een orgaan nodig hebt, dan dat je een orgaan kunt doneren na overlijden. Dat laatste moet namelijk onder de juiste omstandigheden gebeuren wil orgaandonatie mogelijk zijn. Dit gebeurt niet zo vaak.
  3.  Hoeveel levens kan een donor redden?  3, 5, 8, 10 of 12?Eén donor kan wel 8 levens redden. Het hart, twee longen, de lever, twee nieren, de alvleesklier en de dunne darm kunnen getransplanteerd worden bij acht verschillende patiënten.
    Na overlijden kun je de volgende organen en weefsels doneren:
    – Organen: hart, lever, longen, nieren alvleesklier, dunne darm.
    – Weefsels: huid, hoornvliezen, hartkleppen, grote bloedvaten, bot- en peesweefsel.
  1. Vanaf welke leeftijd kun je je registreren?  12, 16, 18 of 21 jaar?Vanaf  kun je je 12 jaar registeren; op je 18e nog niet geregistreerd, dan ontvang je een donorformulier. 1/3 registreert zich dan. Jongeren van 12 tot en met 15 jaar kunnen zich wel registreren als orgaandonor. Maar bij hun overlijden, kunnen ouders of voogd bezwaar maken tegen donatie. Vanaf 16 jaar vervalt de mogelijkheid van bezwaar.
  2. Hoeveel mensen staan er op de wachtlijst? 1000, 1500 of 2000?Op 1 januari 2015 stonden er 1049 mensen op een wachtlijst voor een donororgaan.
    Helaas overlijden er jaarlijks mensen doordat een orgaan niet op tijd komt. In 2014 overleden 134 mensen terwijl ze op de wachtlijst stonden voor een donororgaan.
    De wachttijd verschilt van orgaan tot orgaan. De meeste mensen wachten 3,5 jaar op een nieuwe nier, 13 maanden op een hart, ruim 15 maanden op longen en een half jaar op een lever.
  1. Hoeveel transplantaties zijn er in 2014 uitgevoerd? 250, 500, 750, of 1000?In 2014 werden 759 transplantaties uitgevoerd dankzij 265 donoren die bereid waren andermans leven te redden.
  1. Wat gebeurt er als je niks registreert?Als je geen keuze hebt vastgelegd, moeten je nabestaanden beslissen over donatie. Als je geen donor wilt zijn, is het dus belangrijk om dit ook vast te leggen in het Donorregister. Dat maakt het duidelijker voor iedereen.

Tot slot: je kunt organen afstaan tijdens je leven en na je dood.
Een orgaan afstaan tijdens je leven kan ook. Bij donatie bij leven worden organen en weefsels van een levende donor getransplanteerd. Organen en weefsels die daarvoor in aanmerking komen: nieren, een deel van de lever, een deel van de longen, stamcellen en beenmerg.

 

Fase 2: Verdiepen: Donatie en geloof 

Informatie: Burgerlijke gemeenten met een hoog aandeel kerkgangers hebben relatief weinig donorregistraties, aldus het CBS.
Op gemeentelijk niveau staat Urk onderaan met 8 procent gevolgd door Staphorst met 12 procent. De bereidheid om in het donorregister te worden opgenomen is er ook zeer laag. Van de Urkers staat 77,4 procent niet geregistreerd, voor Staphorst is dat 73,9 procent. In Goirle is 33 procent van de bevolking donor. Gemeenten met een hoog aandeel kerkgangers hebben relatief weinig donorregistraties, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Gespreksvragen voor de groep:

  • Waarom zou dat zo zijn? (Inventariseren van gedachten)
  • Speelt jou geloof een rol bij je mening over donorschap? (Inventariseren van – gedachten)
  • Wat zou voor jou een bijbeltekst/geloofsgedachte zijn om wel of geen donor te zijn? (Inventariseren van gedachten)

Wat zegt de Bijbel over orgaandonatie?
In de tijd dat de Bijbel geschreven werd kende men uiteraard nog geen orgaandonatie. Kunnen bijbelteksten ons dan wel helpen om onze mening te vormen?
U legt de argumentatie van Theo Boer voor, zoals hij die verwoordt in zijn artikel in Ouderlingenblad. (Desgewenst deelt u nu het informatiepaper uit.)
Daarnaast is er een algemene lijn: de Bijbel geeft ons het gebod van de liefde. Wanneer aan allerlei medische randvoorwaarden is voldaan, mag je het afstaan van organen in het licht van het liefdegebod zien als een vorm van dienstbetoon. Wanneer het gaat om organen van gezonde personen, moet het leven van de donor geen gevaar lopen.
Waarom zijn er weinig donors onder kerkgangers? Dit heeft alles te maken met de visie op het lichaam (het lichaam is heilig, het is een geschenk) en de vraag: ‘Mag ik als christen donor zijn van bloed of organen?’

 Argumenten tegenstanders
Thema’s als bloedtransfusie en orgaantransplantatie spelen geen rol in de Bijbel, maar worden toch door sommige (groepen) gelovigen –bijvoorbeeld Jehova’s Getuigen –afgewezen. Zij doen dit op grond van bijbelteksten die zeggen dat ‘het bloed de levenskracht van een levend wezen is’ (Leviticus 17:11-14). Andere vertalingen zeggen: ‘de ziel is in het bloed’. Vanuit die teksten gelooft men dat het bloed ‘de drager van de persoonlijkheid’ is. Als het bloed ‘de drager van de persoonlijkheid’ zou zijn, zou iemand die bloed geeft of verliest, iets van zijn persoonlijkheid kwijt raken. En degene die bloed krijgt (via transfusie) zou een andere persoonlijkheid krijgen. Maar ‘het nemen van een leven’ is bij een bloedtransfusie in het geheel niet aan de orde. We staan een deel van een orgaan af, zonder dat ons eigen leven gevaar loopt.
De heiligheid van het lichaam is een ander argument. Veel christenen ervaren het lichaam als een geschenk, het is geen eigen bezit. Je beslist niet eigenhandig over je lichaam en daar deel je niet uit eigen beweging van uit. Het is een geschenk van God.

 Argumenten voorstanders
Vanuit de gedachte dat God, die leven schept, die ‘De Levende’ genoemd wordt, niets tegen levenschenkende of levenverrijkende daden kan hebben, voeren voorstanders van orgaantransplantatie aan dat een donor met het schenken van zijn organen een ander in leven kan houden of het leven van die ander meer kwaliteit kan geven. Zo kan men moeilijk bezwaar maken tegen orgaandonatie in het licht van 1 Joh. 3:16 waar staat dat we ons leven horen te geven voor onze broeders en zusters.
Een tweede tekst die vaak aangehaald wordt is van Paulus. Hij was zijn tijd ver vooruit, toen hij aan de gelovigen in Galatië scheef dat hij hen zó vol dankbaarheid herinnerde, dat ze hun ogen uitgerukt zouden hebben om die aan Paulus te geven (Galaten 4:15). Het is beeldspraak, maar het feit dat Paulus er niet afkeurend over schrijft is reden voor voorstanders om te zeggen dat de Bijbel niet tégen orgaandonatie is.
Een derde bijbeltekst die vaak gebruikt wordt is Romeinen 12: 1, waar staat: ‘Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u.’

 Voor het groepsgesprek
–  Wat vind je hiervan?
–  Zeggen deze teksten volgens jou iets over het thema orgaandonatie?

 

Fase 3: In debat

Ga samen in debat over onderstaande stellingen:

  • Ik heb niet alleen een lichaam, ik ben er een.
  • Een donatie is altijd vrijwillig, daarom klopt de term ‘orgaan-donatie’ zoals we die nu gebruiken niet meer als het ‘Geen bezwaar systeem’ wordt ingevoerd.
  • Alleen als je zelf donor bent, heb je recht op een donororgaan.
  • Als je zelf hebt aangegeven donor te willen zijn, moeten je partner/ouders iets anders kunnen bepalen.
  • Ik ben voorstander van het ‘Geen bezwaar systeem’. Iedereen in Nederland moet automatisch donor zijn .

Afronding
Bespreek onderling wat men heeft geleerd/meeneemt etc.

Deze opzet is hier ook als PDF document te openen/downloaden.